Actie besturing

Beschrijving

Actie besturingen kunnen acties activeren als de status van een object veranderd of als een tijd verloopt.
Actie besturingen zijn geen onderdeel van de actie maar sturen een actie aan.
Het in stellen van de Actie besturing is over het algemeen te vinden als knop [ Actie… ] in de Algemeen tab van het betreffende Rocrail object.

Een actie wordt gekoppeld aan 1 of meerdere voorwaarden zodat bepaald kan worden of de actie wel of niet uitgevoerd moet worden.

Een object kan meerdere actie besturingen hebben waarmee de zelfde of meerdere acties worden uitgevoerd onder elk hun eigen voorwaarden.
Acties kunnen ook door meerdere actie besturingen worden geactiveerd.

Voordat een Actie besturing kan worden ingesteld moet eerst de Actie zijn aangemaak.

Actie besturing instellen


De lijst bevat de acties die staan ingesteld om te kunnen worden geactiveerd.

Omhoog/Omlaag

Beweeg de geselecteerde actie besturing omhoog of omlaag in de lijst.

Kopiëren

Kopieert de geselecteerde Actie besturing(en) naar het klembord als XML tekst.
Deze kan ook worden geplakt in een tekst editor, handmatig worden aangepast en opnieuw worden gekopieerd naar het klembord.

Meerdere Actie besturingen kunnen tegelijkertijd worden geselecteerd en gekopieerd.

Plakken

Voeg de Actie besturingen op het klembord toe aan de lijst.

ID

Een bestaand actie ID vooraf gedefinieerd in de Actie tabel.

Status

Als het object de zelfde status krijgt als hier ingevuld zal het de actie starten.
In de uitklap lijst zullen de statussen getoont die van toepassing zijn voor het betreffende object.
De status kan indien nodig worden aangevuld met extra parameters. Zoals een aantal, spoornummer etc.

Soort object Status Opmerking
Sensor on, off, true, false, <count>1), shorton, longon2)
Output on, active, off, shorton, longon3), longclick Uitgang objecten bevatten geen loc informatie.
Switch turnout, straight, left, right, none, lock, unlock Gebruik “none” als de actie niet moet worden geactiveerd met een linker muisklik op de functie (schakel) object, maar alleen vanuit het commando menu.
Signal red, yellow, green, white, blank, aspect number
Loco run, stop, stall, min, mid, max, cruise, dirchange, lights, energy, f1-f28, eventtimeout Sub status voor energy: high, middle, low.
Block ghost, enter, occupied, reserved, free, closed, depart4), acceptident5), exit(unexpected, revno 3104), codemismatch occupied wordt geactiveerd bij in melding.
Staging block ghost, enter, occupied, reserved, free, closed, depart6), exit, section “exit” wordt uitgevoerd als de exit melding na de in melding komt. Vereiste: exit melder
Bij “section” dient de sub state te zijn ingesteld voor de gewenste sectie ID of *.
Route go, lock, unlock “lock” wordt uitgevoerd wanneer de rijweg wordt gereserveerd, maar voordat de wissels worden geschakeld.
“unlock” wordt uitgevoerd als de rijweg wordt vrijgegeven.
Schedule laat leeg
Turntable goto <spoornummer>, next, prev, turn180, lighton, lightoff, calibrate, atposition <spoornummer> Wanneer goto of atposition wordt gebruikt zonder spoornummer zal de actieworden geactiveerd met elke goto opdracht. Wanneer go <spoornummer> wordt gebruikt zal de actie alleen worden geactiveerd met een opdracht naar dat specifieke spoor.
System go-cmd, go-event, stop-cmd, stop-event, stoplocs, save, shutdown, analyse, reset, ebreak, init, initready, short-circuit, on-auto, off-auto, exception-xxxx, |eventtimeout Systeem acties zijn terug te vinden in het menu tabellen
De init event wordt geactiveerd nadat alle censtrale bibilotheken zijn geladen.
Voor het verwerken van exception-xxxx dient de Controleer trace acties aan te staan.
Text laat leeg De actie wordt uitgevoerd als de dynamische tekst wordt vernieuwd.
Booster load, short circuit
MVTrack in
Variable Zie Actie status.
Weather sunrise, noon, sunset


:!: Alle status waarden zijn hoofdletter gevoelig, gebruik dus kleine letters .

Sub status

De sub status wordt gebruikt in combinatie met:

  • Staging block en “section” status.
  • Loc functie “off”
  • Loc energy “high, middle, low”.


Tijdsduur

Indien groter dan 0 zal deze waarde de tijdsduur instelling in de actie overstemmen.

Timer

Indien groter dan 0 zal deze waarde de timer instelling in de actie overstemmen.

Loc

Kan worden gebruikt om de loc ID in te stellen voor specifieke objecten die geen loc informatie geven.
Voor de meeste actie besturingen wordt deze leeg gelaten.

  • Block objecten overschrijven deze waarde met de loc ID die het block heeft gereserveerd.
  • Indien gedetecteerd overschrijven melder objecten deze waarde met de ID afkomstig van de detectie. (RFID, Railcom …)

>note: Bij een herstart van Rocrail kan dit veld nog de laatst gebuikte waarde geven.

Beschrijving

Optionele beschrijving voor in het contekst menu van de functie (schakel) object.

Reset

Reset de teller bij melder objecten.
Als deze optie niet aan staat zal de teller blijven door lopen en kunnen er acties worden gedefinieerd voor hogere tel waardes. Voor de actie met de hoogste telwaarde die wordt geactiveerd dient deze optie te zijn ingesteld omdat anders de teller blijft doorlopen.

Alle voorwaarden moeten waar zijn

Aan alle gedefinieerde voorwaarden dient te zijn voldaan. Standaard staat deze optie aan.
Indien deze optie uit staat hoeft er maar één voorwaarde te zijn voldaan.

Bij commando's/meldingen

Om bij wissel, uitgang en sein objecten te bepalen of de actie dient te worden geactiveerd bij een opdracht en/of een melding.
Meldingen worden gewoonlijk gecreëerd door de centrale.
Als beide opties aan staan en de centrale een melding creëert na een opdracht zal de actie twee keer worden geactiveerd.

Mode

Deze optie maakt het mogelijk om in te stellen in welke modus de actie dient te worden geactiveerd. In auto mode, met handmatig rijden of beide. Standaard staat deze instelling op beide ingesteld.

Knoppen

Toevoegen

De geselecteerde type en ID worden toegevoegd aan de lijst.

Verwijderen

Verwijder de geslecteerde actie besturing.

Wijzigen

Bevestig de gemaakte wijzigingen.

Systeemacties

Actie besturingen vanuit het systeem kunnen worden ingesteld in ”Menu → Tabellen → Systeemacties…”.
Dit werkt verder het zelfde als het instellen van actie besturingen in de objecten.
Voor de in te stellen status zie de tabel hierboven: Status -> System.
Een typische gebruik van systeemacties in voor het inzetten van acties bij het starten van een Rocrail sessie.

Enkele voorbeelden:

  • Zet alle knoppen op “rood” tijdens het initialiseren.
  • Start een XML-script bij het in/uit schakelen van auto mode.
  • Laat een geluid afspelen bij een kortsluiting.
  • Geef een tekstmelding als het te lang duurt voordat een volgende melder wordt geactiveerd.


Algemene knoppen

1) De sensor teltd de on statussen. De actie zal worden geactiveerd als het aantal overeen komt met het in het status veld ingevulde getal.
2) , 3) De shot-/longon statussen worden gebruikt voor twee verschillende acties met dezelfde melder/uitgang. De actie zal worden uitgevoerd bij off. Geadviseerd niet met andere statussen te combineren.
4) , 6) Depart (vertrek) wordt getriggerd als de rijweg gezet is voor de volgende bestemming. Geld niet voor passerende treinen.
5) Accepteerd een nieuwe ident in auto mode.

Personal Tools