Algemeen

Inhoud



Adresseren van melders, wissels, seinen en uitgangen

Deze pagina laat de adresseringsmogelijkheden zien die Rocrail gebruikt en hoe de verschillende door de fabrikanten gebruikte adresseringsmethoden toegepast moeten worden in Rocrail. Als nieuwe gebruiker van Rocrail is het verstandig deze pagina nog even over te slaan en er later bij het configureren van de onderdelen naar terug te keren.


Algemeen

iid interface ID vrij te kiezen kenmerk/benaming
bus systeembus volgnummer voor het geval er gewerkt wordt met meerdere centrale's
module module verzameling poorten / zoals bij een wissel of sein decoder
gate uitgang aansluitpunt dat aan of uit gezet kan worden
port or pair poort verzameling van twee uitgangen
modulesize module grootte het aantal poorten per module (swmodsize)
address adres het adres van een uitgang wordt als volgt berekend : module * modulesize + port *2 + gate


De grondbeginselen van adressering

De meeste componenten worden geadresseeerd met een enkel adres zoals loc-decoders.

Sommige componenten, zoals wissels en seinen, worden aangestuurd op een adres en een dubbele poort zodat er in feite 4 componenten op 1 adres aangestuurd kunnen worden. Poorten hebben weer twee uitgangen. Wissels worden doorgaans op deze uitgangen aangesloten.

Er zijn twee mogelijkheden voor adressering.

Poort adressering; het adres van de module en de poort wordt vastgelegd. Iedere module bestuurd een gegeven aantal poorten. Iedere poort heeft twee uitgangen, 1 voor iedere aansluitdraad van de component. Standaard heeft een moduul 4 poorten.

Flat adressering; het adres geeft de poort aan,iedere poort heeft steeds weer twee uitgangen, 1 voor iedere aansluitdraad van de component.

NMRA Funktie decoder

Module 1…1023
Port 0 Port 1 Port 2 Port 3
gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1


Er zijn 3 basis schema's voor het adresseren van funktie decoders:

  1. NMRA (MADA) geeft het adres van een module en daarna de poort op die module. Elke module heeft grootte die gelijk is aan het aantal poorten dat aangestuurd kan worden. Iedere poort heeft 2 gates/uitgangen om een onderdeel te schakelen. Standaard is het aantal poorten 4.
  2. Poort Adressering (PADA) geeft het adres van het onderdeel dat 2 gates/uitgangen gebruikt.
  3. Flat Adressering (FADA) geeft het adres van een enkele uitgang.


Functie decoder adres (MADA)

Dit lijkt veel op de NMRA adresseringsmethode m.u.v. de poorten , deze worden genummerd van 1..4.

Attribute NMRA MADA
addr 1…1023 1…*
port 0…3 1…4
gate 0…1 0…1
swmodsize 4 4


In Rocrail gate 0 is RED, en gate 1 isGREEN bij een decoder port/pair.

1 2 MADA (addr)
1 2 3 4 1 2 3 4 MADA (port)
gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1



PADA: Port Accessory Decoder Address

Poort adressering is iets dat ligt tussen de NMRA-DCC standaard en FADA en wordt slechts in een beperkt aantal bibliotheken (command stations) ondersteund. Als de adres waarde op nul wordt gezet en het poort getal is >0 dan wordt PADA geactiveert.

Van module adres naar PADA:

  • PADA=(addr-1)*4 + port


Van PADA naar module adres:

  • addr=(PADA-1)/4+1
  • port=(PADA-1) mod4+1


PADA verwijst naar 1 uitgang paar en telt vanaf 1.


Module 1 Module 2
1 2 3 4 5 6 7 8 PADA (port)
gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1 gate 0 gate 1


FADA: Flat accessory Decoder Address

Als de poort waarde op 0 wordt gezet wordt FADA geactiveerd.

Van module FADA naar MADA

  • FADA=(addr-1)*8+(port-1)*2+uitgang

Van FADA naar MADA

  • adres=(FADA/8)+1
  • poort=(FADA mod 8)/2+1
  • uitgang=(FADA mod 8)mod 2


Module 1 Module 2
Port 1 Port 2 Port 3 Port 4 Port 1 Port 2 Port 3 Port 4
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 FADA (addr)

Kijk of je Command Station FADA ondersteunt.

:!:Melders worden altijd met FADA geadresseerd in Rocrail.


DCC Functie Decoder adressering volgens NMRA:

Deze adresseringswijze wordt in Rocrail niet gebruikt; zie volgende hoofdstuk.

  • Decoder adres = 1…1023
    • Poort/Pair= 0…3 (dus 4 stuks)
      • Uitgang/Gate = 0…1 (dus 2 stuks)


DCC Functie Decoder adressering binnen Rocrail

Rocrail gebruikt nagenoeg de NMRA methodiek. Rocrail nummert zijn uitgangen van 1 to 4 terwijl NMRA nummert van 0 tot 3.

Attribute DCC Rocrail
adres 1…1023 1…*
poort 0…3 1…4 (0 komt overeen met niet gebruikt¹)
uitgang 0…1 0…1
modulegrootte 4 4 (swmodsize)

Rocrail noemt Uitgang 0 Rood en Uitgang 1 groen bij een port/pair.

¹) Een waarde 0 geeft aan dat basis adressering voor functiedecoders wordt gebruikt .


Adresseren van bezetmelders

Er kunnen in Rocrail meerdere series/ bussen van S88 melders uitgelezen worden. Als er één serie van S88 melders is aangesloten is het busnummer 0.

Bij gebruik van S88 terugmeld modules heeft de eerste bezetmelder adres nummer 1, de volgende 2 etc.etc.

Berekenen van het adres bij gebruik van meerdere modules.

Voorbeeld: Bij gebruik van S88-modules met 16 uitgangen is het adres van uitgang 5 op de tweede module: Adres=(2-1)*16+5=21

Adresseren van wissels

Adres is het moduleadres van een 4 poorts module minus 1 .

Voorbeeld : DCC adres 45 wordt als volgt vastgelegd adres: 45/4=11+1=12 rest 1 adres 12, poort 1

DCC adres 50 wordt als volgt vastgelegd adres: 50/4=12+1=13 rest 2 adres 13, poort 2

Opmerking voor Maerklin K83 gebruikers: Het adres van de K83 decoders begint bij 2. Dat betekent dat de setting op de decoder 01101010 gelijk is aan adres 2, poort 1 t/m 4. Er bestaat een niet gedocumenteerde manier voor de setting. De decoder moet dan op 10101010 gezet worden.

FADA

Als de poort waarde 0 is en het adres >0 dan zal de FADA vertaling plaats vinden.
Voorbeeld:
FADA adres 4 is het zelfde als addr=1, port=3 en gate=red.
FADA adres 5 is het zelfde als addr=1, port=3 en gate=green.

Adresseren van ontkoppelaars

De adressering gaat hetzelfde als bij wissels. De uitgangen rood en groen kunen gebruikt worden voor het aansturen van ontkoppelaars. Omdat er slechts één uitgang nodig is van een poort kun je dus twee ontkoppelaars op een poort aansluiten, één op de groene en één op rode uitgang.

Adresseren van seinen

De adressering gebeurt zoals de adressering voor wissels. Vaak kun je meer dan één sein aansluiten op een decoder. De velden achter de benamingen poort1 rood, geel en groen zijn de uitgangspoorten van de decoder. Een lamp of led in een sein gebruikt slechts één uitgang van een poort op de decoder, daarom moet gekozen worden tussen rood of groen.

Adresseren van functie uitgangen

Bus, Adres, Poort worden geconfigureerd zoals beschreven onder wissels en seinen. Je kunt 2 uitgangen schakelen op één poort, de rode en de groene uitgang .


Personal Tools