CAN-GC1 Setup

De Setup



Interface ID

Zoals alle toegepaste componenten binnen Rocrail moet ook de CAN interface een vrij te kiezen unieke codering krijgen.

CANID

Een uniek vrij te kiezen CAN-identificatie binnen rocrail voor de MERG modules

Pas op :!: CANID 114 en 115 zijn gereserveerd voor de CAN-GC3 en CAN-GC5.

Voor de originele MERG modules zie:CANUSB en CANRS.
Voor de Rocrail CAN modules zie: www.phgiling.net



Sub-Library

Legt vast hoe de CAN interface op de computer is aangesloten.:

Type BPS Bouwpakket Ontwerp Opmerkingen
Serieel 230400 CAN-GC1 GCA Peter Giling Optimaal voor de CAN bus,werkt alleen met de modules van Peter Giling.
USB 500000 CANUSB MERG modules
Serieel 115200 CANRS MERG modules Verdient geen voorkeur, de baudrate is te laag voor een optimale snelheid van de CAN bus.
TCP/IP - CANTCP - Ontwikkeling nog niet afgerond


Toestel

De naamgeving die door de computer aan de gebruikte seriële poort wordt gegeven.
Voor de MERGModules gelden als advies de volgende instellingen:

Bouwpakket Windows Linux Opmerkingen
MERG/CANUSB COM5…COMn /dev/ttyUSB0…/dev/ttyUSBn
MERG/CANRS COM1…COM4 /dev/ttyS0…/dev/ttySn Of een USB-RS232 omzetter


Hostname

Dit veld komt vrij als de optie TCP/IP gekozen wordt.
Als default waarde wordt IP adres 192.168.0.200 en poort 5550 meegegeven. Het Ip adres is te wijzigen in de setup van de Can-GC1e.

Poort

Het Ethernet poort nummer op de computer waarover de computer met de Can interface communiceert. Voor Rocrail is een standaardwaarde van 5550 gekozen.


RTS/CTS

De RTS/CTS optie is een instelling van de seriële poort ter voorkoming van zgn buffer overflow.
De seriële data wordt via een buffer verzonden.
De buffer moet op tijd geleegd worden. Als de buffer vol is ontstaat er een bufferoverflow wat
data verlies tot gevolg kan hebben. Door gebruik te maken van de CTS/RTS ingangen (handshake lijnen)
van de seriële poort kan buffer overflow voorkomen worden. De seriele poort en de aangesloten module moeten deze optie ondersteunen.
Bij gebruik van RS232/USB omzetters wordt dit vaak niet ondersteund. Rocrail ondersteunt het werken met en zonder deze optie.



Korte gebeurtenissen/ Short events

Het MERG Canbus protocol voorziet in twee adresserings opties, de eerste met verzending van het node nummer en de tweede zonder.
Omdat er binnen het protocol ca. 65000 events mogelijk zijn is de tweede optie zeker voor Rocrail ruim voldoende.
Voor Rocrail wordt aanbevolen “short events” te gebruiken.


FONFOF

Optie voor het eenvoudig aansturen van decoder functies. Wordt nog niet gebruikt binnen Rocrail wacht op CAN-GC3 firmware ondersteuning.


Begin van de dag

Deze waarde wordt gebruikt in de rapportage functies tussen de CAN-bus en Rocrail.
Ieder willekeurige waarde mag hier ingevuld worden als deze maar uniek is.


Schakeltijd

Wordt in Rocrail niet gebruikt, waarde is niet van belang


Slot vrijgave tijd

Bij de automatische besturing worden locs in een zogenaamd “slot” geplaatst De Slot purge time is het tijdsinterval waarmee de slots met informatie door het Central Station.
Om te voorkomen dat Rocrail de conrole over de locs verliest wordt met een bepaalde tijdsinterval de data in de slots ververst.
Vanuit de hardware gebeurd dit om de 20sec. De hier ingestelde waarde moet dus kleiner zijn dan deze 20sec om er voor te zorgen dat bij auto-bedrijf de locs van uit Rocrail bestuurbaar blijven.
Zet de waarde op 10sec .


Laad tijd

(nog niet in Rocrail geimplementeerd) Deze tijdsinstelling is van toepassing op de mogelijkheid om vanuit Rocrail de
firmware in de aangesloten CAN-modulen te laden of vernieuwen.


Adressering van de aangesloten modules

De adressering van de modules die op de CAN bus aangesloten worden is FLAT, d.w.z. dat bij de modules alleen het bus nummer (node nummer) en de adreswaarde (= eventnummer)
ingevuld moeten worden. “Port en Gate” worden dus op de CAN bus niet gebruikt.

Rocrail CanBUS Opmerkingen
Bus Node nummer Alleen gebruiken bij long events.
Addres Event nummer -
Port niet gebruikt moet 0 zijn.
Gate niet gebruikt



Personal Tools