Beginnen

InhoudBeginnen




Zonder Command Station kan geen trein digitaal rijden.


Een digitale centrale is een kastje dat aan de ene kant verbonden is met de computer en aan de andere kant met een booster en met de bus waarop de terugmeldsignalen binnen komen. Wat doet de digitale centrale:

  • vertalen van het RS232 signaal naar een spanning die geschikt is om de booster aan te sturen
  • geschikt maken van de signalen van de bezetmelders voor verzending naar de computer .

opendcc.jpg

Een trein kan niet op het RS232 signaal rijden. Het RS232 signaal levert niet genoeg vermogen. Een booster versterkt het signaal zodanig dat treinen, wissels en seinen voldoende vermogen krijgen om bediend en gestuurd te kunnen worden. Iedere digitale locomotief heeft decoder die de digitale informatie uit de railspanning vertaalt naar stuursignalen voor de locomotief Voor wissels en seinen bestaan er externe decoders, functie decoders, die aangesloten op een digitale centrale, de digitale informatie omzetten in electrische acties, zoals het bedienen van wissels en seinen.

Om de plaats van de trein in het spoorplan te kunnen bepalen worden in de rails of bij de rails bezetmelders geplaatst. De bezetmelders geven via de centrale de informatie door aan de computer waar Rocrail opdraait. Zo weet Rocrail waar welke trein zich bevindt en kan de loop van de treinen bestuurd worden.

Sommige centrale's zijn intelligent en kunnen als een soort computer worden beschouwd. Zij zijn in staat om via de RS232 en soms de USB poort met de computer te communiceren. Rocrail communiceert met deze centrales, geeft opdrachten voor locomotieven, wissels, seinen en algemene uitgangen en vraagt de stand van de bezetmelders op. Bij sommige centrales worden de bezetmelders direct aan de computer doorgegeven, dit versnelt de communicatie.

Decoders

De decoders in de baan luisteren naar de commando's die van het Command Station komen. Iedere decoder heeft zijn eigen adres. Als een decoder een commando krijgt met zijn adres dan zal de decoder iets doen.

In elke digitale loc zit een decoder die luistert naar zijn adres en signalen als ga, stop, wijzig rijrichting, of licht aan of maak geluid.

delta.jpg

Er zijn losse decoders voor wissels, seinen en draaischijven die de commando's vertalen naar elektrische signalen. decoder.jpg

Melders

Melders in of tussen de rails kunnen gebruikt worden om informatie terug te sturen naar het CS. Als een trein een baandeel met melder passeert dan wordt er via een terugmeldingsunit een signaal naar het CS of de computer gestuurd.

contact.jpg

Blok diagram

{{layout_block_diagram.gif|

Opmerking

Indien Rocrail gebruikt wordt om loks automatisch te laten rijden, dan heeft men bezetmelders en terugmelders nodig. Rocrail heeft deze nodig om te weten waar een lok zich bevindt, wanneer hij dient te stoppen, van richting te veranderen en naar een ander gedeelte van de spoorbaan te rijden.

Een Command Station heeft nood aan een transformator en een booster. De transformator voorziet de stroom en de booster versterkt de commando's en stuurt deze naar de spoorbaan. Oudere systemen hebben vaak gescheiden transformatoren, boosters en control units. Nieuwe systemen hebben hier 1 unit voor. Zie het Rocrail Hardware Project voor meer informatie.

Een terugmelder is eigenlijk een omvormer. Hij vormt een electrisch signaal om naar digitale informatie dat het Command Station kan lezen. Sommige banen hebben een aparte connectie tussen de terugmelders en de PC welke niet verbonden is met het Command Station. De commando's van Rocrail naar de baan toe gaan via het Command Station, maar de terugmeldingen gebeuren via de tweede connectie.


Personal Tools