User Tools

Site Tools


locations-details-nl

Locaties: Details

Doorloopbeheer

Het Doorloopbeheer van een locatie controleert het vertrekken van de treinen en is uitermate geschikt voor toepassing in schaduwstations. De minimaal bezetting garandeert dat er treinen in de locatie aanwezig zijn. De Fifo optie maakt het afwisselen van treinen mogelijk.

Het flowmanagement van een locatie regelt uitgaande treinen en is zeer geschikt om verborgen emplacementen te beheren: de minimale bezetting zorgt ervoor dat het emplacement gedeeltelijk gevuld blijft terwijl de Fifo-optie de treinen afwisselend laat verlaten.

Vereisten

  • De (blok)instellingen moeten zodanig worden dat de treinen moeten stoppen in de locatie. De wacht-instelling voor alle blokken moet worden ingesteld. (zie Wachten)
  • Het bloktype moet op overige staan. (Zie Type)
  • De optie Hoofdlijn moet uitgeschakeld zijn.

Het Doorloopbeheer wordt gestuurd door de volgende twee parameters:

Minimale Bezetting

Door deze optie in te stellen op een waarde groter dan nul schakelt het doorloopbeheer van de locatie in.
Er mag geen trein vertrekken wanneer het aantal treinen kleiner is dan deze waarde.
Met andere woorden:
Alleen als het aantal treinen in de locatie groter of gelijk is dan het aantal treinen mag een trein vertrekken.
Bij het gebruik van staging blokken worden alle treinen in de staging blokken geteld.

Bij schaduwstations maakt deze optie het mogelijk om de hoeveelheid verkeer op de baan te regelen. Wanneer in een schaduwstation van 5 sporen er altijd 4 treinen aanwezig moeten blijven, moet de waarde dus op 5 (vijf) worden gezet. (Er mag geen trein vertrekken totdat er minstens 5 in het schaduwstation aanwezig zijn.)
De vuistregel is: Aantal treinen dat in het schaduwstation moet blijven plus één (1). De hoogste waarde is gelijk aan het aantal sporen in het schaduwstation.

  • Wanneer de minimum bezetting niet is bereikt zal er in automodus geen trein vertrekken vanuit de locatie, ook al wordt dit (bijv. met Drag en Drop) geprobeerd te forceren. Om toch een trrein te kunnen laten vertrekken moet:
    • de trein opnieuw gestart wordt in (zie onderstaand)
    • ofwel de automodus moet worden uitgezet en de trein handmatig worden bestuurd (bijv. met een Rocrail (hand)regelaar).
  • Met een trein (re)Start opdracht kan de minimum bezetting eenmalig (per Restart) worden overruled:
    • wanneer de trein al in automodus is, met een enkele start opdracht vanuit het context-menu.
    • wanneer de trein niet in automodus is, zal het eerste start commando de trein in automodus zetten en het tweede commando zal de trein laten vertrekken.
  • Dienstroosters kunnen gezamelijk worden gebruikt met doorloopbeheer. Let er wel op dat de instelling van de Time Processing (EN) op Relatief gezet moet zijn, omdat het Doorloopbeheer voorrang heeft op de vetrektijden uit de dienstroosters.
  • Wanneer een trein inmiddels de toestelling heeft voor vetrek, maar nog niet het blok uit is, wordt deze niet geteld bij de minimum bezetting.

Ook al is de minimum bezetting van de locatie dit schijnbaar, mogelijk maakt, kan er geen enkele andere trein vertrekken.

Fifo

In samenhang met de Minimale Bezetting (zie boven) maakt deze optie het mogelijk om de treinen volgens het principe "First in, first out" te laten vertrekken.

  • Wanneer de Fifo-optie geactiveerd is, vertrekken de treinen in een vaste volgorde.
  • Dit kan alleen worden overruled met een trein (re)Start opdracht . (zie ook Minimale Bezetting hierboven).
  • Alle treinen moeten in automodus om doorloop mogelijk te maken en om een deadlock te voorkomen.
Opmerking: Na een herstart wordt ook de Fifo opnieuw gestart; de volgorde van binnenkomst wordt niet bewaard.
Opmerking: Er kan geen Fifo gebruikt worden zonder een Minimale Bezetting groter dan nul (0).

Willekeurig

Bij het begin van een Rocrail sessie worden een willekeurige "Fifo" volgorde gecreëerd.

Opmerking: Er wordt rekening gehouden met de laatste aankomsttijd van een locomotief als Fifo is ingesteld zonder willekeurig.
Opmerking: De blokvolgorde in de locatie speelt dus geen rol meer.

Treinen

Alleen locomotieven met een toegewezen trein zijn toegestaan op deze locatie.

Kies het kortste blok

Zie: Kies het kortste blok
Opmerking: het selectievakje "ACTIVEER" moet ook aan gevinkt zijn om deze optie te activeren.

Maximale bezetting

Totaal

Stel de maximale bezetting in op de locatie als er vrije blokken nodig zijn om treinen te laten rijden zonder te blokkeren. Een waarde van nul (0) schakelt de optie maximaal bezet uit.
Deze optie kan voor beide invoerzijden worden opgegeven.
Het aantal "Pendeltreinen" plus "Overige"1) moet gelijk zijn aan het totaal.

Pendel trein

Maximum aantal pendeltreinen in deze locatie. (onafhankelijk van de inrij-zijde).

Overige

Maximum aantal van niet-pendeltreinen in deze locatie. (onafhankelijk van de inrij-zijde).

Type

Maximum aantal treinen van een bepaald type in deze locatie. (onafhankelijk van de inrij-zijde).

Dienstroosters

Dienstrooster Dialoog Geformateerd in HTML. Vlakke tekst.

Dienstrooster vereisten

  • Alleen absolute tijden en uurdiensten.
  • Bestemmingen moeten "echte" blokken zijn.
  • Vaste stops moeten een vertrektijd hebben.

Dienstrooster maken

Een Dienstrooster kan gemaakt worden door gebruik te mane van het RCP (EN) formaat. Dit wordt ook gebruikt met MQTT (EN) and Node-RED (EN).
Bij gebruik van Acties worden de %callertext% (EN) variabelen gemaakt met platte ASCII of HTML.

Publiceren

Publiceer het Dienstrooster naar alle Clients.
Rocrail geeft indien gewenst automatisch het Popup Dienstrooster Dialogen. (Hiervoor is geen verder actie nodig).

Om de dienstroosters op de laatst getoonde positie en grootte terug te zetten moet de optie Dialoog grootte herstellen geactiveerd zijn.
Als dit niet gebeurt nadat Rocrail opnieuw opgestart is moeten de popup vensters 1 keer handmatig worden gesloten.

HTML

Maakt het dienstrooster in HTML voor de verwerking van Acties.
Het ontvangend tekst object moet met de HTML option (EN) geactiveerd zijn.

Acties

Zie Acties voor meer details.

Dienstrooster

Actie status: "scheduleupdate"

Locatie actie besturing



Sub status

Wanneer voor een blok een sub-status wordt de eerste invoer van dit blok voor het dienstrooster gebruiktt om de volgende tekstvaraiabelen in te stellen:

  • %calleruserdata% = Vertrektijd inclusief vertraging.
  • %callertext% = De tussen blokken en de eindbestemming.

Text actie


Voorbeeld 1

Locatie 1 heeft Fifo actief met een minimum bezetting van 3.
Locatie 2 heeft Fifo actief met een minimum bezetting van 2.

Zet Rocrail in automode en start alle loc's.

Voorbeeld 2

Locatie “Schattenbahnhof” (Schaduwstation) heeft Fifo actief, minimale bezetting 3, geen prioriteiten ingesteld.
Locatie “Fernverkehr” (Lange afstand treinen) heeft Fifo actief, minimale bezetting 2, prioriteiten ingesteld voor type “Intercity”.
Locatie “Güterverkehr” (Goederentreinen) heeft Fifo actief, minimale bezetting 2, prioriteiten ingesteld voor “Freight” (Goederen).

"Ortschaft" = Locatie
Zet Rocrail in automode en start alle loc's.

Dynamische Teksten

Met het XMLScript commmando "info" kan een overzicht van een locatie worden gezet in een tekst-object.

<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<xmlscript>
  <location id="Blaak" cmd="info" svalue="tx1"/>
</xmlscript>

Van alle loc''s wordt gecontroleerd op een dienstrooster is toegwezen en alle dienstroosters worden gescand op de aanwezigheid van blokken in de gekozen locatie.

Regel Formaat

Depart time,Destination Location ID,Block ID,Train/Loco ID,Optional text|

(Vertrek tijd, Locatie ID van de bestemming, Blok ID, Trein/Loc ID, Optionele tekst)


Opgemaakt - VT 601 - 2019-07-31

1)
"Overige" betekent hier niet het type, maar alle andere typen, behalve pendeltreinen
locations-details-nl.txt · Last modified: 2022/03/23 14:04 by smitt48